Vijf taakprocessen tijdens het autorijden.

Om bij een verkeerssituatie/verkeersopgave de juiste beslissing te kunnen nemen en ook goed uit te kunnen voeren, doorloop je de vijf taakprocessen volgens een vaste volgorde.
10945742 1540871799497717 8189965879617998463 n

De vijf taakprocessen:

  1. waarnemen (het bewust opnemen van de informatie)
  2. voorspellen (wat er mogelijk kan of zou kunnen gebeuren)
  3. evalueren (informatie voor jezelf uitleggen en verwerken)
  4. beslissen (het nemen van de juiste beslissing)
  5. handelen (het daadwerkelijk werkelijk uitvoeren)

(om te onthouden: Waar Voor Een BH

Om tot een juist oordeel en het juist en veilig handelen te komen, moet je eerst de belangrijke informatie verwerken.
Onder informatieverwerking wordt verstaan:

  • het bewust opnemen van informatie
  • beredeneren en verwerken van de informatie
  • het nemen van de juiste beslissing
  • tot slot de uitvoering

dit doe je dan op basis van Veiligheid/ Doorstroming/ Milieu (Voor Die Mooie meid) 

Waarnemen

Het bewust waarnemen vormt als eerste start de basis van alle daaropvolgende processen. Het waarnemen start met het opmerken van de signalen en prikkels die voor de verkeersopgave van belang zijn. Waarnemen is het via de zintuigen bewust worden van informatie.
Door het zien, horen, voelen, ruiken of proeven selecteer je informatie op de inhoud, de betekenis en dat wat het belangrijkste is. Vervolgens stel je vast wat in een bepaald verkeersbeeld van belang is en wat van minder belang is of genegeerd kan worden. Dus:

  • wat neem je zintuiglijk waar
  • wat is daarbij -in de situatie van dat moment- van belang


Bijvoorbeeld: als bestuurder naderen van een kruispunt, waar van rechts een andere bestuurder nadert.
Waarneming: andere voertuigen opmerken, kennen van de voorrangsregels en het soort weg, bewust zijn van de eigen naderingssnelheid en die van anderen.

Hierin speelt dus ook jou theoriekennis een belangrijke rol! Als je te weinig kennis hebt van de regels of borden dan is het bijna niet mogelijk om de taakprocessen goed te doorlopen.

Voorspellen

Aan de hand van de informatie die je hebt waargenomen, voorspel je de gevolgen van bepaalde gedragskeuzes. Je verwachtingspatroon baseer je op:

  • je eigen gedrag
  • het gedrag van de overige verkeersdeelnemers
  • de verkeerssituatie/het verkeersbeeld
  • borden en regels die je moet opvolgen


De gevolgen van je eigen gedragskeuzes zijn te voorspellen, maar de gevolgen van de gedragskeuzes van de overige verkeersdeelnemers niet of nauwelijks. Toch is hun gedrag, keuze, reactie mede bepalend voor de verkeerssituatie en de wijze hoe jij met de verkeersopgave om kunt gaan.

Bijvoorbeeld: als bestuurder naderen van een kruispunt, waar van rechts een andere bestuurder nadert.
Voorspellen: wat doen de andere bestuurders, rijd je een juiste koers, wat zijn de gevolgen als je een bepaalde keuze maakt.

Evalueren

Als derde stap -na het voorspellen- volgt het evalueren (beoordelen). Hierbij moet je een inschatting maken in hoeverre de maatschappelijke belangen worden geschaad als je verwachtingspatroon inderdaad uitkomt. Hierbij maak je een belangenafweging met betrekking tot de:

  • verkeersveiligheid
  • verkeersdoorstroming
  • milieubescherming

(Voor Die Mooie meid)
Bijvoorbeeld: als bestuurder naderen van een kruispunt, waar van rechts een andere bestuurder nadert.
Evalueren: vraag jezelf af of belangen als veiligheid, doorstroming, milieu en mobiliteit in gevaar komen als je eerder gemaakte voorspelling uitkomt.

Beslissen

Na de evaluatie moet je beslissen welk gedrag je vervolgens gaat vertonen. Het kan zijn dat je nog geen beslissing kunt nemen of dat je een andere oplossing overweegt. Is dat wat je besloten hebt niet uit te voeren, dan begint het proces weer opnieuw met waarnemen, voorspellen en evalueren om uiteindelijk tot een nieuwe, veilige en juiste beslissing te komen.

Bijvoorbeeld: als bestuurder naderen van een kruispunt, waar van rechts een andere bestuurder nadert.
Beslissen: kan je hetgeen besloten is doorvoeren of moet je besluiten te stoppen en het proces opnieuw doorlopen.

Handelen

Tot slot komt het aan op het daadwerkelijk, vlot en veilig uitvoeren van wat je besloten hebt en moet je dit besluit omzetten in handelen. Je moet onder alle omstandigheden in staat zijn de juiste oplossing te vinden en om de voorkomende handelingen uit te voeren. Dit kan betekenen dat de taakprocessen door een tussentijds veranderend verkeersbeeld -geheel of gedeeltelijk- een aantal keren doorlopen moeten worden om de verkeersopgave tot een goed einde te brengen.

Bijvoorbeeld: als bestuurder naderen van een kruispunt,waar van rechts een andere bestuurder nadert.
Handelen: als er sprake is van een gelijkwaardig kruispunt, zal je besluiten te stoppen.

Het goed en soepel doorlopen van de vijf taakprocessen zal voor een beginnend bestuurder aanvankelijk wellicht wat moeizaam, geconcentreerd en bewust verlopen. Bij de ontwikkeling tot een ervaren bestuurder zal dit meer en meer een geautomatiseerd proces worden.

Bij het kopje "naderen van kruispunten" zie je een filmpje hoe het nu in zn werk gaat als je een kruispunt nadert.

(bron:http://auto-en-vervoer.infonu.nl)