Ruimtekussen en volgafstand

De denkbeeldige ruimtekussen om het voertuig is een gebied waar je eigenlijk niets of niemand in wil hebben.

.

Zorg voor voldoende ruimte voor, achter en naast de auto tijdens het rijden.


Voldoende ruimte betekent:
– Genoeg ruimte om rustig te kunnen remmen/uitwijken.
– Niet te dicht langs fietsers en geparkeerde auto`s rijden.

 

Je voorganger geeft richting aan:
Vergroot je ruimtekussen door eerder te remmen of gas los te laten dan degene voor je. Hierdoor kun je vlotter doorrijden omdat je niet hoeft af te remmen tot de snelheid waarmee  je voorligger door de bocht gaat.

Hoe kun je nu bepalen of je de juiste afstand hebt ten opzichte van je voorliggen?

Pak een vast object naast de weg. (lantarenpaal, boom, verkeersbord) zodra je voorganger daar voorbijgaat, begin jij te tellen..

een-en-twintig, twee-en-twintig.. waarom niet een, twee? een, twee is veel korter dan twee seconden. 

ben jij binnen die twee seconden niet bij het object dan zit je goed met je afstand.

let wel! het is de minimale afstand. Dus hoe meer hoe beter.

Stel dat er iemand aan het bumperkleven is bij jou:
Zorg er voor dat je afstand van het verkeer voor je groter wordt. Zodat jij nooit hard hoeft te remmen. Hoe zachter je remt hoe meer tijd de bumperklever heeft om te reageren. Door de juiste (max) snelheid te rijden kun je ook bumperkleven voorkomen. mijn advies is om net 2 a 3 kilometer sneller te gaan rijden dan de maximale toegestane snelheid dit is ivm afwijkingen in de snelheidsmeter. 

 

Voorbijgaan van fietsers / geparkeerde auto's/ etc

Hoe kunnen we nu weten of we voldoende afstand hebben bij het inhalen. Door goed te kijken! Voor je gaat inhalen kijk je in de binnenspiegel, naar voren, in de linker buitenspiegel en over je linker schouder > de dode hoek (omdat je niet alles in je spiegels kunt zien). Als alles vrij is ga je ruim voordat je bij de fietser bent naar links dan probeer je een afstand van 1,5 meter of meer tussen jou en de fietser te houden.

zodra je de fietser voorbij bent kijk je weer in de spiegels voordat je weer naar rechts gaat.

 


Trechtervorming

De afbeelding hierboven moet een trechter voorstellen. Stel je rijdt met je auto de trechter in. Waar heb jij dan de meeste ruimte?

Inderdaad bij onderin bij 1. 

Stel je eens voor:

Je rijdt op een weg en voor je zie je een fietser op de rijbaan die je moet passeren. Maar in de verte zie je een auto als tegenligger op je afkomen.

In een situatie als deze, die je waarschijnlijk wel meerdere keren zult gaan meemaken, moet je dus beslissen wat je gaat doen.

trechtervorming?

Heb ik voldoende snelheid en afstand om de fietser VEILIG te passeren

Natuurlijk spelen er belangrijke punten mee bij de beoordeling daarvan onder andere:

– de wegsituatie (breedte, verharding, e.d.)

– de mogelijkheid snelheid te maken om de manoeuvre zo kort mogelijk te laten duren

– de overzichtelijkheid van de weg

– de beschikbare ruimte in verband met o. a. ander verkeer

– de snelheid van de in te halen weggebruiker

Je kunt ook weer denkbeeldig de trechter gebruiken om te bepalen of je voldoende bewegingsvrijheid hebt en denk dan weer aan je ruimtekussen.

Hier zul je dan ook weer de taakprocessen moeten doorlopen om tot een veilige oplossing te komen.

De vijf taakprocessen:

  1. waarnemen (het bewust opnemen van de informatie)
  2. voorspellen (wat er mogelijk kan of zou kunnen gebeuren)
  3. evalueren (informatie voor jezelf uitleggen en verwerken)
  4. beslissen (het nemen van de juiste beslissing)
  5. handelen (het daadwerkelijk werkelijk uitvoeren.

 

Snelheid en Kijken

We kunnen dus stellen dat (de juiste) snelheid en (goed bewust) kijken 2 hele belangrijke factoren zijn bij het autorijden! Misschien wel de belangrijkste

kijken en snelheid