Rijprocedure

 

In de Rijprocedure wordt het meest wenselijke rijgedrag van bestuurders beschreven. Om te kunnen worden
toegelaten tot het wegverkeer, moet dit gedrag binnen de gestelde normering ook van de kandidaat voor het examen worden
verwacht.

De inhoud van de Rijprocedure is gebaseerd op de actuele verkeerswetgeving. Het gewenste verkeersgedrag bestaat voor een belangrijk deel uit
de juiste toepassing van de verkeersregels. In de gevallen waarin de verkeersvoorschriften zich beperken tot hoofdregels, is de gewenste
uitvoering van de diverse verkeersmanoeuvres beschreven op grond van de wettelijke rijexameneisen.

Daarnaast wordt in de Rijprocedure ruime aandacht besteed aan defensief en sociaal rijgedrag. Het rekening houden met de belangen
van andere weggebruikers neemt daarbij een belangrijke plaats in. Ook wordt het belang van milieubewust rijgedrag onderkend.

Omdat de Rijprocedure in de eerste plaats bestemd is voor de instructeur en de examinator, hebben de samenstellers gekozen voor een
beschrijving van het rijgedrag aan de hand van de examenonderdelen en de onderwerpen van beoordeling, die worden toegepast bij het
CBR-praktijkexamen.

Ook voor anderen dan instructeurs en examinatoren kan de Rijprocedure een nuttige functie hebben. Voor de rijbewijsbezitter
bijvoorbeeld is de Rijprocedure een compleet naslagwerk aan de hand waarvan hij zijn eigen rijvaardigheid kritisch kan bezien.

Hoofdstuk 1 gaat over de bediening en beheersing van het voertuig en milieubewust rijgedrag.

In hoofdstuk 2 wordt het gewenste, aangepaste, besluitvaardige en sociale rijgedrag beschreven dat vereist is voor een veilige deelname aan het verkeer.

De onderwerpen in de hoofdstukken 1 en 2 hebben een algemeen karakter en zijn van toepassing op alle examenonderdelen die in hoofdstuk 3 worden beschreven (de hoofdstukken 1 en 2 hebben een ‘paraplufunctie’).

In hoofdstuk 3 worden slechts díe onderwerpen van beoordeling behandeld die voor de betreffende examenonderdelen van toepassing zijn.

(bron:https://www.cbr.nl)