Hoofdstuk 3.5 Inhalen / zijdelings verplaatsen


Inhalen / voorbijgaan en rijstrook wisselen / zijdelings verplaatsen is aan de orde binnen dit onderdeel. Deze gedragingen hebben veel van elkaar weg en zijn gerelateerd aan hetzelfde soort basisgedrag.

Inhalen gebeurt door weggebruikers onderling. Obstakels worden niet ingehaald, maar voorbijgegaan.

Onder obstakels worden o.a. verstaan:

  • geparkeerde voertuigen
  • op de rijbaan aanwezige containers, afzettingsmiddelen – andere voorwerpen die niet aan het verkeer deelnemen.

Inhalen/voorbijgaan is een handeling die bijzondere aandacht verdient.

Hierbij wordt namelijk meestal afgeweken van de basisregel om zoveel mogelijk rechts te houden.

Inhalen/voorbijgaan betekent ook dat veelal een ander deel van de rijbaan wordt gebruikt. Hierdoor worden de mogelijkheden voor het overige verkeer beperkter. Er kan daarbij gemakkelijk hinder of zelfs gevaar ontstaan.

Een inhaalmanoeuvre dient niet langer te duren dan noodzakelijk. De inhalende bestuurder zal weer zo snel als mogelijk de normale plaats op de weg in moeten nemen.

Inhalen moet in de totale verkeerssituatie mogelijk en verantwoord zijn.

Belangrijke criteria bij de beoordeling daarvan zijn onder andere: – de wegsituatie (breedte, verharding, e.d.)

  • de mogelijkheid snelheid te maken om de manoeuvre zo kort mogelijk te laten duren
  • de overzichtelijkheid van de weg
  • de beschikbare ruimte in verband met o. a. ander verkeer – de snelheid van de in te halen weggebruiker.

In beginsel wordt links ingehaald. In bepaalde situaties mag (uitsluitend) rechts ingehaald worden.

Bij het rijstrook wisselen en zijdelings verplaatsen wordt ingegaan op die verplaatsingen welke niet direct verband houden met manoeuvres als afslaan, inhalen en in- en uitvoegen.

Het wisselen van rijstrook en andere zijdelingse verplaatsingen zijn bijzondere manoeuvres.

Rijstrook wisselen of zijdelings verplaatsen zijn handelingen die bijzondere aandacht verdienen.

Ze kunnen zowel naar links als naar rechts plaatsvinden.

Op rijbanen die niet zijn verdeeld in rijstroken, kan geen sprake zijn van rijstrookwisseling, wel van een zijdelingse verplaatsing.

Afhankelijk van de mate waarin een zijdelingse verplaatsing wordt uitgevoerd, kan voor ander verkeer gevaar of hinder ontstaan.

Belangen andere weggebruikers      

Er mag geen gevaar of hinder ontstaan of kunnen ontstaan voor andere weggebruikers.

Deze verplichting geldt ten aanzien van alle weggebruikers ongeacht:

  • waar deze zich bevinden
  • vanuit welke richting zij naderen
  • op welke wijze zij bij de inhaalmanoeuvre (kunnen) worden betrokken.

Inhalen

Bij het inhalen van een voertuig waarvan de bestuurder een beperkt uitzicht naar achteren heeft, ervoor zorgen dat die bestuurder het inhalende voertuig tijdig kan opmerken.

Dit betekent bijvoorbeeld:

  • op auto(snel)wegen eerder de eigen rijstrook verlaten
  • op enkelbaans wegen meer afstand houden
  • via de spiegels oogcontact zoeken met de in te halen bestuurder.

Wanneer rechts wordt ingehaald bij fileverkeer of een blokmarkering, dan zoveel mogelijk de gekozen rijstrook blijven volgen.

Bij rechts inhalen extra attent zijn op:

  • bestuurders die naar rechts van rijstrook wisselen
  • bestuurders die de uitrijstrook willen oprijden
  • bestuurders die het voertuig links inhalen en daarna nog willen uitvoegen (vooral bij gecombineerde invoeg- /uitrijstroken).

Na het inhalen niet naar de meest rechtsgelegen rijstrook gaan ter hoogte van een invoegstrook waarop zich invoegend verkeer bevindt.

Bij het wisselen van rijstrook of bij het zijdelings verplaatsen mag geen gevaar of hinder ontstaan of kunnen ontstaan voor het overige verkeer.

Het van rijstrook wisselen en daarbij een plaats innemen waarop een andere bestuurder zich nadrukkelijk voorbereidt, is niet toegestaan.

Kijkgedrag             

Voordat wordt ingehaald/voorbijgereden, kijken of dit op een veilige en verantwoorde wijze kan.

  • Inhalen

Bij het links inhalen als er een zijdelingse verplaatsing aan de orde is, tijdig als volgt kijken:

  • in de binnenspiegel
  • naar voren
  • in de linker buitenspiegel – linker schouder.

Bij het rechts inhalen, als er een zijdelingse verplaatsing aan de orde is, tijdig als volgt kijken:

  • naar voren
  • in de binnenspiegel – in de rechter buitenspiegel – rechter schouder.

Juist vóór het uitwijken nogmaals eventueel achteropkomende verkeer ’controleren’ door bij:

Links inhalen te kijken:

  • in de binnenspiegel
  • naar voren
  • de linker buitenspiegel – over de linker schouder.

Bij rechts inhalen kijken:

  • naar voren
  • in de binnenspiegel – in de rechter buitenspiegel – over de rechter schouder.

Over de schouder kijken is alleen bedoeld om de zgn. ’dode hoek’ naast het voertuig, te controleren. Het mag niet ontaarden in achterom kijken of te vaak of onnodig lang over de schouder kijken.

Hierdoor kan ongewenste koersverandering optreden. Bovendien ziet men niet wat er vóór de auto gebeurt.

Tijdens het inhalen o.a. letten op de weggebruiker die wordt ingehaald.

Als na het inhalen weer de juiste plaats op de rijbaan wordt ingenomen eerst in de binnenspiegel kijken en tevens:

  • voor het naar rechts gaan in de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder kijken
  • voor het naar links gaan in de linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder kijken.
  • Voorbijgaan

Bij het voorbijgaan van een obstakel op een zodanig moment kijken dat, wanneer niet voldoende naar links kan worden uitgeweken, nog ruim vóór het obstakel kan worden gestopt. Voordat na een dergelijke stop wordt weggereden, kijken of dat kan zonder gevaar of hinder voor anderen.

Dit door:

  • in de binnenspiegel
  • naar voren
  • in de linker buitenspiegel
  • over de linker schouder te kijken.

Voor het wegrijden ook het verkeer rechts naast het voertuig ’controleren’.

Indien stoppen niet nodig is, dan even voor het naar links uitwijken, in de binnenspiegel, de linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder kijken. Aldus kan eventueel inhalend verkeer worden opgemerkt.

Als na het voorbijgaan weer naar rechts wordt gegaan eerst over de rechterschouder kijken en in de rechterbuitenspiegel. Dit vooral in die situaties waarbij er rechts naast het voertuig (brom)fietsverkeer is of kan zijn.

Vóórdat van rijstrook wordt gewisseld of een andere zijdelingse verplaatsing wordt uitgevoerd, goed opletten.

Bij het naar links gaan, als volgt kijken:

  • de binnenspiegel
  • naar voren
  • in de linkerbuitenspiegel – de linkerschouder.

Bij het naar rechts gaan, als volgt kijken:

  • naar voren
  • in de binnenspiegel – in de rechterbuitenspiegel – over de rechterschouder.

Bij de bestuurder die regelmatig het achteropkomend verkeer goed observeert (zoals omschreven bij het onderdeel ’rijden op rechte en bochtige weggedeelten’), kan het kijken bij een geringe zijdelingse verplaatsing achterwege blijven.

Het kijken over de schouder mag niet ontaarden in achterom kijken of te vaak of onnodig lang over de schouder kijken. Hierdoor kan ongewenste koersverandering optreden. Bovendien ziet men niet wat er vóór de auto gebeurt.

Voor laten gaan       

Indien men bij het inhalen/voorbijgaan op het voor het overige verkeer bestemde weggedeelte komt, dat verkeer voor laten gaan.

Het voor laten gaan geldt ook ten opzichte van het verkeer dat de inhalende/voorbijgaande bestuurder zelf inhaalt.

Bij het wisselen van rijstrook of het zijdelings verplaatsen het overige verkeer voor laten gaan.

Plaats op de weg/plaats van handeling              

Vóór, tijdens en na het inhalen/voorbijgaan de juiste plaats op de rijbaan innemen. In bepaalde situaties/omstandigheden wordt niet ingehaald. Inhalen geschiedt links. In bepaalde gevallen is rechts inhalen toegestaan, gewenst of vereist.

  • Inhalen

Met een juiste plaats op de rijbaan wordt bedoeld een zodanige plaats dat de weggebruiker die ingehaald wordt veilig kan worden ingehaald.

Hierbij speelt de onderlinge tussenruimte een belangrijke rol.

Daarbij is o.a. van belang: het soort voertuig dat wordt ingehaald

  • het soort verkeersdeelnemer, dat wordt ingehaald (kinderen, bejaarden, gehandicapten)
  • het beschikbare weggedeelte
  • het overige verkeer
  • de snelheid van het voertuig dat wordt ingehaald – de snelheid waarmee men zelf rijdt – de weersgesteldheid en het uitzicht.

Bij het inhalen op een zodanig tijdstip uitwijken, dat nog enige tijd rechtuit gereden wordt voordat de achterzijde van het in te halen voertuig bereikt wordt.

De inhaalmanoeuvre in een vloeiende lijn uitvoeren.

Na het inhalen gaat de bestuurder pas terug naar het eigen weggedeelte of de eigen rijstrook als de gehele voorkant van het ingehaalde voertuig in de binnenspiegel zichtbaar is geworden. Zo wordt de normale doorgang van die bestuurder niet belemmerd.

Wegsituaties waar vooral voertuigen op meer dan twee wielen niet ingehaald worden zijn o.a.:

  • onoverzichtelijke kruispunten die bestaan uit wegen van gelijke orde waarbij het verkeer niet wordt geregeld door verkeerslichten
  • kruispunten op voorrangswegen waarop het uitzicht naar een zijweg van rechts belemmerd wordt door het voorrijdend (in te halen) voertuig
  • onoverzichtelijke bochten en hellingen, tenzij de rijbaan in rijstroken is verdeeld en men bij het inhalen niet op een voor de tegenliggers bestemde rijstrook komt
  • overwegen die slechts zijn voorzien van een knipperlichtinstallatie.

Juist in deze situaties kan de inhalende bestuurder met ander verkeer worden geconfronteerd.

Op en nabij (voetgangers)oversteekplaatsen kan het inhalen extra gevaar opleveren door  het beperkte uitzicht.

  • Voorbijgaan

Bij het voorbijgaan gelden de volgende bijzonderheden:

  • uitwijken in vloeiende lijn
  • indien noodzakelijk op een zodanig moment stoppen dat daarna weer in vloeiende lijn verder kan worden gereden
  • zodra het obstakel voorbij is gereden, in vloeiende lijn naar rechts gaan.

Tijdens het voorbijgaan zo veel mogelijk een minimum tussenruimte van één portierbreedte houden.

Bij meerdere obstakels op betrekkelijk korte afstand van elkaar niet onnodig steeds weer naar rechts gaan, tenzij noodzakelijk i.v.m. bijvoorbeeld tegemoetkomend verkeer.

Bij het tussendoor rijden van rechts en links op de rijbaan aanwezige obstakels aan de linkerkant de kleinste vrije ruimte houden. Die kant is voor de bestuurder het makkelijkst te overzien.

Het wisselen van rijstrook of het zijdelings verplaatsen dient vloeiend te gebeuren.

Bij een (verplichte) rijstrookwisseling dient de manoeuvre tijdig te worden uitgevoerd.

In één en dezelfde manoeuvre een zijdelingse verplaatsing uitvoeren over meerdere rijstroken is niet toegestaan. Het dient steeds strook voor strook te geschieden.

Op een rijstrook dient, alvorens (opnieuw) van strook wordt gewisseld, steeds enige tijd rechtuit te zijn gereden.

Bij meerdere rijstroken naast elkaar voor verkeer in dezelfde richting, in een bocht de gekozen rijstrook blijven volgen. Na de bocht en nadat enige tijd rechtuit is gereden eventueel van rijstrook wisselen. Het wisselen van rijstrook of de te maken zijdelingse verplaatsing wordt in vloeiende lijn uitgevoerd.

Snelheid 

Het inhalen gebeurt met een zodanige snelheid dat de duur van de manoeuvre beperkt blijft.

Bij het voorbijgaan van obstakels de snelheid aanpassen aan de situatie.

Inhalen

Met name op rijbanen met verkeer in beide richtingen kan, bij een te traag uitgevoerde inhaalmanoeuvre, gevaar ontstaan voor het overige verkeer. Door deze wijze van rijden wordt namelijk langer dan noodzakelijk gebruikgemaakt van het weggedeelte bestemd voor het tegemoetkomend verkeer.

Ter voorbereiding op de inhaalmanoeuvre, afhankelijk van de situatie, snelheid opvoeren zodra de mogelijkheid tot inhalen bestaat. Daarmee niet wachten tot er van rijstrook is gewisseld of het moment dat de zijdelingse verplaatsing reeds is ingezet.

Ook rekening houden met de snelheid waarmee gereden wordt; dit in relatie tot de te bewaren tussenruimte (links en rechts).

Dit geldt vooral bij fietsstroken waarop verkeer aanwezig is. Naarmate de tussenruimte beperkter is, met een geringer snelheidsverschil inhalen. Dit geldt in het bijzonder ten aanzien van bepaalde categorieën weggebruikers.

Met name voertuigen op twee wielen, zeker wanneer deze bereden worden door o.a. bejaarden, kinderen en minder validen, zijn minder stabiel. Bij het inhalen van deze bestuurders is, afhankelijk van de beschikbare tussenruimte, een aangepaste snelheid noodzakelijk.

Dat geldt ook bij het inhalen van landbouwtrekkers en andere motorvoertuigen met beperkte snelheid.

Indien tijdens het inhalen al blijkt dat snelheid moet worden verminderd, dan tijdig gas terugnemen, zodat remmen zoveel mogelijk wordt voorkomen.

  • Voorbijgaan

In verband met de aan te passen snelheid zijn bij het voorbijgaan de volgende aspecten van belang:

  • rijbaanbreedte, uitzichtmogelijkheden en aanwezigheid/gedrag van andere weggebruikers maken snelheidsvermindering vaak noodzakelijk
  • als de gewenste tussenruimte van tenminste één portierbreedte niet haalbaar is, wordt de snelheid nog meer verminderd.
  • Rijstrook wisselen

Als bij het rijstrook wisselen de snelheid voldoende is aangepast aan het overige verkeer, mag van rijstrook worden gewisseld.

Reageren op overige verkeerstekens     

Niet inhalen als dat verboden is door verkeerstekens.

Hierbij ook rekening houden met andere tekens op borden, zoals bij voetgangersoversteekplaatsen, gevaarlijke kruispunten en bochten.

Tevens de op het wegdek aangebrachte verkeerstekens respecteren.

Bij het voorbijgaan geldt dat soms in strijd met een verkeersteken gehandeld moet worden.

Het gaat dan om uitzonderlijke gevallen, waarbij de doorstroming in het geding is. Daarbij moet hinder voor anderen tot een minimum worden beperkt.

Bijvoorbeeld: de geparkeerde vrachtauto die staat te lossen naast een doorgetrokken streep.

Niet van rijstrook wisselen indien dit verboden is door verkeerstekens.

Hierbij ook rekening houden met andere tekens zoals een vooraanduiding van een wegversmalling.

Geven van/reageren op signalen 

Indien het inhalen/voorbijgaan een belangrijke zijdelingse verplaatsing met zich meebrengt, richting aangeven.

Inhalen

Bij het inhalen van een motorvoertuig altijd richting aangeven. Tijdig richting aangeven nadat is gekeken of veilig kan worden ingehaald/voorbijgegaan.

‘Tijdig’ betekent hier: op een zodanig tijdstip dat nog rechtuit wordt gereden en ander verkeer in een vroeg stadium geïnformeerd wordt over de inhaalmanoeuvre.

Kort na het richting aangeven, beginnen met het inhalen.

De situatie ter plaatse bepaalt of een zijdelingse verplaatsing als belangrijk moet worden beschouwd. Zo kan soms het inhalen van een fietser op een smalle weg al als een belangrijke zijdelingse verplaatsing worden gezien.

Voordat na het inhalen wordt teruggegaan naar de juiste plaats op de rijbaan, richting aangeven.

Voorbijgaan

Ook bij het voorbijgaan bepaalt de situatie (soort obstakel, rijbaanbreedte e.d.) of er sprake is van een belangrijke zijdelingse verplaatsing.

Na het voorbijgaan, voordat wordt teruggegaan naar de juiste plaats op de rijbaan, eerst richting aangeven. Zowel bij inhalen als bij voorbijgaan wordt het richting aangeven beëindigd als de zijdelingse verplaatsing is voltooid.

Vóór het wisselen van rijstrook of het maken van een andere belangrijke zijdelingse verplaatsing, richting aangeven.

Richting aangeven nadat is gekeken of de rijstrookwisseling of andere belangrijke zijdelingse verplaatsing, zonder gevaar of hinder voor andere weggebruikers kan worden uitgevoerd en ruim vóór van rijstrook wordt gewisseld of een zijdelingse verplaatsing wordt ingezet.

Richting aangeven beëindigen zodra de rijstrookwisseling of de andere zijdelingse verplaatsing is voltooid.

Wat als belangrijke zijdelingse verplaatsing moet worden aangemerkt, is afhankelijk van de situatie. Zo wordt een beperkte verplaatsing op een smalle weg eerder als belangrijk gezien dan wanneer zo’n zelfde verplaatsing op een brede rijbaan wordt uitgevoerd.

Vertragen, remmen, stoppen  

Indien de omstandigheden dit eisen, tijdig afremmen en zo nodig stoppen.

Niet zonder noodzaak zodanig remmen dat daardoor gevaar of hinder voor het overige verkeer ontstaat of kan ontstaan.

Het afremmen steeds op de betreffende situatie afstemmen. Er moet niet harder worden geremd dan door de omstandigheden noodzakelijk is.

 (bron:https://www.cbr.nl)