Naderen van kruispunten

In de rijprocedure heb je al kunnen lezen wat belangrijke aandachtspunten zijn.

Hier willen we toch nog extra aandacht geven aan kruispunten omdat hier toch de meeste fouten worden gemaakt.

Een kruispunt wordt met de nodige voorzichtigheid genaderd. De snelheid waarmee het kruispunt wordt genaderd en het kijkgedrag zijn van groot belang. Zo kan niet alleen aan de voorrangsverplichting worden voldaan, maar kan ook beter worden gereageerd wanneer de andere weggebruiker zijn voorrangsverplichting niet nakomt.

 

Kijkgedrag             

Bij het naderen en het oprijden van een kruispunt goed opletten.

Bij nadering van een kruispunt in een zo vroeg mogelijk stadium vaststellen:

  • – de aard van het kruispunt: voorrang verlenen of krijgen
  • – de algehele situatie op en nabij dat kruispunt: soort en toestand wegdek, bijzondere omstandigheden, e.d.
  • – uitzicht, ook bezien vanuit die andere bestuurder.

Aan de hand daarvan kan de naderingssnelheid worden bepaald.

In de spiegels kijken naar de situatie achter de auto.

Even voor het oprijden van het kruispunt nogmaals kijken in de richting van waaruit ander verkeer kan naderen om vast te stellen of het kruispunt kan worden opgereden. Het kijken moet er op zijn gericht bewust waar te nemen.

In ieder geval kijken in de volgorde: naar voren, naar links, naar voren en naar rechts. Dit bij het oprijden van het kruispunt herhalen zo vaak als nodig is.

Als de kruisende weg gescheiden rijbanen heeft, vóór het oprijden naar het midden van het kruispunt kijken om te zien of daar voldoende opstelruimte is.

Bij bord B6 of B7 het kijkgedrag nog nadrukkelijker op die situatie afstemmen.

Naderen kruispunt


Afslaan gebeurt ook op kruispunten.

Ter voorbereiding op het afslaan, tijdig en op juiste wijze kijken.

Kijkwijze en volgorde:

  • – bij het naar rechts afslaan in de binnenspiegel, naar voren, in de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder
  • – bij het naar links afslaan in de binnenspiegel, naar voren, in de linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder.

Zo kan het totale verkeersbeeld worden gezien, dus ook het verkeer rechts of links naast het voertuig. Het over de schouder kijken moet niet ontaarden in achterom, langdurig of onnodig vaak kijken. Hierdoor kan ongewenste koersverandering optreden. Bovendien ziet men dan niet wat er vóór de auto gebeurt.

Vóór het kruisen van parallelwegen, fietspaden of fietsstroken, vrij liggende paden e.d. controleren via de buitenspiegel en in de dode hoek of dit weggedeelte veilig en zonder hinder gekruist kan worden.

Dit kijken dient te geschieden terwijl de auto in rechte lijn rijdt. Extra aandacht is vereist bij en fietspaden e.d. waarop verkeer in beide richtingen rijdt.

Bij het naar links afslaan even voor het ingaan van de bocht nog eens kijken in de linkerbuitenspiegel, in verband met inhalend verkeer.

Voordat de nieuw te volgen weg wordt ingereden, kijken of zich op die weg geen obstakels bevinden en op die weg geen inhaalmanoeuvre wordt uitgevoerd, waardoor men met een tegenligger wordt geconfronteerd.

Na het afslaan, tijdens het opvoeren van de snelheid, kijken in de binnen- en buitenspiegels en zo letten op achteropkomend verkeer.

re afslaan li afslaan

              rechtsaf                                                        linksaf

Een kruispunt niet blokkeren.

Als voor een kruispunt moet worden gestopt, dan niet verder doorrijden dan de weg- of verkeerssituatie toelaat.

Slechts oprijden indien:

  • – kan worden doorgereden of het kruispunt kan worden vrijgemaakt
  • – opstellen tussen de kruisende verkeersstromen mogelijk is.

Wijze van voorsorteren:

  • – bij het naar rechts afslaan tijdig zoveel mogelijk aan de rechterzijde van de rijbaan gaan rijden
  • – bij het naar links afslaan tijdig zoveel mogelijk tegen de wegas gaan rijden, op een rijbaan met verkeer in één richting zoveel mogelijk links gaan rijden en op een rijbaan met beperkt eenrichtingsverkeer zo veel mogelijk tegen de wegas gaan rijden

Bij een bocht naar:

  • – rechts, zoveel mogelijk rechts houden
  • – links, zodanig rijden dat op de rechterweghelft wordt uitgekomen. ’Afsnijden’ van de bocht voorkomen
  • – links een smalle straat inrijden, pas oprijden als zicht is gehaald, in verband met tegemoetkomend verkeer.

lang verhaal even weer samengevat:

Als je aan het rijden bent heb je op deze website meedere keren gelezen dat je goed moet kijken > bewust waarnemen

herkennen kruispunt 

Stel jezelf dan steeds deze vragen:

- Wie heeft er voorrang?

- Wat is mijn zicht?

- Welke snelheid/versnelling moet ik hebben ten opzichte van het zicht wat ik heb?

- Wat zie ik? > dus goed kijken

- wat gebeurt er achter mij?

- kijk naar voren, kijk naar links, kijk naar voren, kijk naar rechts